
De muziek die we uitvoerden in ons voorjaarsconcert op 18 april 2026 ging over rust vinden in het leven. Dat kan zijn in meditatie, naar binnen gekeerd zijn, maar men kan ook aan de dood op die manier denken.
We zongen van Nicolaus Bruhns een cantate: Ich liege und Schlafe. Daarin wordt de dood als een vredig inslapen benaderd. De drie solo stukken zijn achtereenvolgens voor sopranen, alten en tenoren en voor bassen. Van hoge stem naar lage, als het neerleggen in een graf. Waar toch in de laatste solo de hoop op het eeuwige leven centraal staat. Zo wordt deze uitvaartcantate een werk van hoop op opstanding.
De muziek van Arvo Pärt is in de afgelopen jaren populair geworden. De Berliner Messe, gecomponeerd in 1990, heeft een meditatieve klank, waardoor men zich kan verdiepen in de tekst. Hoewel In Berlijn geschreven en net na de val van de muur, heeft Pärt geen politieke motieven. Het gaat hem er juist om zich terug te trekken uit de hectische tijd naar de orde van geloof. Deze muziek heeft terugkerende harmonieën die verweven worden en expressieve klankvelden vormen.
Van Fauré zongen we zijn Requiem. De titel van dit concert is eraan ontleend: In Paradisum, het laatste deel van dit stuk. Daarin begeleiden engelen de gestorvene naar het paradijs, een wereld van rust, licht en vrede. Fauré wilde geen toorn en doodsangst laten horen, geen Dies Irea dus, maar menselijkheid en troost. De dood als iets vredigs, een vreugdevolle verlossing.
Tot slot het Stabat Mater van Joseph Gabriël Rheinberger. Dit is een gedicht om mee te mediteren. Het gaat over alle mogelijke gevoelens die Maria kan hebben gehad. Ze worden in de muziek uitgewerkt. Men kan met Maria meeleven en met haar meevoelen in haar leven. Het Stabat Mater heeft veel componisten geïnspireerd: er zijn er zeker 240 gecomponeerd.